Ze komt uit Somalie en heet Saida. Ze is hier drie jaar geleden met het vliegtuig gekomen. Sommige mensen uit Somalie komen over land. Met trucks dwars door de woestijn. Of zelfs lopend. Maar zij heeft via “bekenden” een vliegticket kunnen regelen.
Ze ziet er prachtig uit, een lange jurk, een mooie hennatekening op haar handen. Vriendelijke ogen. We zitten in de huiskamer.
Eenmaal geland op Schiphol, is ze doorgegaan naar een AZC. Maar nu verblijft ze in Huize Agnes een vrouwenopvang huis  dat ligt in de buurt van Villa Vrede.   Huize Agnes biedt opvang aan uitgeprocedeerde vrouwen met of zonder kinderen. Hoeveel mensen wonen daar? Vraag ik. Zevendertig, zegt ze prompt.

Ze ziet er nog jong uit, ik schat haar niet ouder dan twintig. Zij is getrouwd, haar man woont in Somalie. Ze heeft geen kinderen. Zij heeft geen contact met hem gehad sinds zij in Nederland is. Ik zie aan haar ogen dat dit niet een onderwerp is om over door te vragen.
Ik leg haar uit dat mij gevraagd is om portretjes te schrijven voor mensen die meer over Villa Vrede willen weten.  Dus of ik het mag opschrijven, van het vliegtuig en van haar man. Ja hoor, geen probleem. Maar dan wil ik nog een ding weten, zeg ik. Waarom ben je weggegaan uit Somalie?
Saida spert haar ogen wijd open. Maar dat weet iedereen! roept ze.
Ik niet, zeg ik.
Nou, dat kan ze me wel vertellen, maar dan moeten we wel even ergens apart gaan zitten. Want dat zijn geen zaken die je middenin een huiskamer vertelt.

Dan zet ik dat gewoon in mijn stukje, zeg ik. Dat je het niet in de huiskamer kunt vertellen. Want dat zegt genoeg.