Emmanuel heeft zijn thuisland Burundi in 1996 moeten verlaten omdat hij vanwege de problemen voor zijn veiligheid vreesde. Hij is in 2003 naar Nederland gekomen, heeft hier asiel gevraagd en een verblijfsvergunning voor vijf jaar gekregen. Gedurende deze vijf jaar heeft hij Nederlands geleerd, een elektro-opleiding gevolgd en gewerkt. Hij was volledig ingeburgerd in de Nederlandse samenleving.

Na deze vijf jaar kreeg hij te horen dat zijn verblijfsvergunning niet zou worden verlengd. Burundi zou weer veilig zijn en daarom moest Emmanuel terugkeren. Hij heeft tegen deze beslissing geprocedeerd, maar dit heeft niet mogen baten. Dit heeft tot grote problemen voor Emmanuel geleid. Hij kon niet meer naar school, niet meer werken en kwam in vreemdelingendetentie terecht. Hij had geen strafbaar feit gepleegd maar werd desondanks ’s ochtends vroeg door vijftien mensen aangehouden en naar een detentiecentrum overgebracht waar hij tweeënhalve maand heeft moeten verblijven. Na het overlijden van zijn oom bij wie hij na zijn vrijlating verbleef, kwam hij in Utrecht op straat te staan.

Sinds twee maanden heeft hij een kamer bij de noodopvang gekregen, maar hij moet een nieuwe procedure voor een verblijfsvergunning starten om hier langer te mogen verblijven. Zijn advocaat is zijn dossier echter kwijt waardoor het onduidelijk is wat hij nu kan doen. Dit resulteert in veel frustratie en doet hem veel pijn, al valt dit in het niet in vergelijking met wat hij in Burundi en tijdens zijn vlucht heeft meegemaakt. Om hier goed mee om te kunnen gaan, doet Emmanuel vrijwilligerswerk in een speeltuin en probeert hij veel te bewegen. Ook brengt hij veel tijd door in Villa Vrede. Zo probeert hij positief te blijven, want terugkeren naar Burundi is geen optie voor hem nu de spanningen daar weer zijn opgelaaid door de presidentsverkiezingen. Hij hoopt hier voorgoed een nieuw leven op te kunnen gaan bouwen en de instabiliteit die zijn leven sinds 1996 kenmerkt eindelijk te beëindigen.