In de huiskamer zit Aram uit Armenie. Hem ken ik van de Nederlandse les uit het Ubuntuhuis. Hij komt gezellig even naast me zitten. We spreken Nederlands. Ik ken zijn vluchtverhaal niet. Ik heb de grootste moeite om dat te vragen. Laatst kwam ik Aram tegen voor de bibliotheek, waar hij de hele middag aan zelfstudie had gedaan. Hij vertelde me dat hij vijf jaar in Nederland is, maar dat hij de eerste jaren niet de concentratie had om de taal te leren. Ik heb het hart niet om mogelijk pijnlijke vragen te stellen.
Eerst praten we dus over koetjes en kalfjes, en dan vertelt hij tussen neus en lippen door over Toevlucht, waar hij nu twee maanden slaapt. Toevlucht is een nachtopvang en is ontstaan uit een persoonlijk initiatief.

Toevlucht wordt gesteund door kerken in de stad en wordt mogelijk gemaakt door de inzet van heel veel vrijwilligers. Om half negen ’s avonds mogen ze naar binnen, om zeven uur worden ze gewekt, en om acht uur moeten ze de deur uit. Hun spullen kunnen ze in Toevlucht laten, Aram heeft er een tas met kleding liggen. Een paar dagen geleden heeft Aram te horen gekregen dat hij nog maar drie weken in de maand in Toevlucht kan slapen. Voor vannacht heeft hij nog een slaapplaats via een garantstelling – hij kan het woord nauwelijks uitspreken. Maar morgen moet hij afwachten, of hij overmorgen nog een plek heeft.
Maar waarom dan? Waarom dan? Zeg ik. Hij haalt zijn schouders op. Dat is de regel, is hem verteld.

Hij vertelt dit rustig, hij is niet in paniek. Heb je vrienden waar je terecht kunt, vraag ik. Nou, hij heeft wel een vriend, maar daar kan hij niet wonen. Want dan krijg je gedoe met de gemeente. Dus ja. Ja, daar zit je dan.

Ik durf het bijna niet te vragen, maar ik doe het toch. “Heb je al eens buiten geslapen?”  Nee, hij heeft nog nooit buiten geslapen, en dat lijkt hem gezien de temperatuur nu ook niet verstandig in verband met zijn gezondheid. Ik heb nu werkelijk de grootste moeite om hem niet direct mijn bank aan te bieden. Maar dat kan ik echt niet doen. Hij verwacht dat ook helemaal niet van mij. Hij wil gewoon zijn verhaal delen.

“Thats life,” zegt hij, en spreidt zijn armen.